De DPO wordt aangewezen op grond van zijn professionele kwaliteiten en, in het bijzonder, zijn deskundigheid op het gebied van de wetgeving en de praktijk inzake gegevensbescherming en het ontbreken van een eventueel belangenconflict. Het vereiste niveau van deskundigheid wordt vooral bepaald op grond van de uitgevoerde gegevensverwerking en de bescherming die voor de door de voor de verwerking verantwoordelijke of de verwerker verwerkte gegevens vereist is. De informatie waarmee de DPO in het kader van zijn functie te zien krijgt, vallen onder de vertrouwelijkheidsverplichting. Tot slot moet de DPO voldoende tijd ter beschikking hebben om zijn opdrachten naar behoren uit te voeren.