Privacy is overal en actueel. De nieuwe Europese data protection verordening, de recente NSA schandalen, het datalek van de NMBS: allemaal voorbeelden van overheids- en media-aandacht op het gebied van privacy. Iedereen is het er over eens dat privacy van belang is, maar zelden gaat men in op de vraag: waarom?

“Ik heb niets te verbergen” is een veelgehoorde kreet die vaak meteen wordt gekraakt door privacy voorvechters met het al even standaard antwoord:

  • “Je hebt toch ook gordijnen thuis?”
  • “Mag ik dan naaktfoto’s van je nemen en deze verspreiden?”
  • “Je zou vast niet graag willen dat men gegevens over je sexleven verzamelt!”
  • “Zou je het accepteren dat een GPS tracker alles volgt wat je doet?”

Op zich geen verkeerde argumenten, maar ze keren zich tegen het “niets te verbergen” principe in zijn meest extreme vorm. “Niets te verbergen” gaat over de gegevens die een overheid of het bedrijfsleven ook redelijkerwijs zou kunnen verzamelen of al verzamelt. Naaktfoto’s, details over het sexleven, GPS trackers die al je doen en laten volgen, dit zijn (tot op heden) geen voorbeelden van persoonsgegevens die ook effectief verzameld en verwerkt worden door (Europese ) overheden of het bedrijfsleven en het weerleggen van dergelijke voorbeelden leidt tot een zwak argument vóór privacy. Er zijn echter wel degelijk praktische, minder extreme redenen waarom privacy van belang is.

Kennis is controle

Met kennis over een persoon of een volk kan men sturen, controleren en beïnvloeden. Persoonlijke informatie is een belangrijk onderdeel van de keuzes die we maken, en wanneer men genoeg kennis over iemand heeft dan kan die kennis gebruikt worden om keuzes of gedrag te beïnvloeden. En in de verkeerde handen kan diezelfde persoonlijke informatie veel schade berokkenen, want persoonlijke informatie bepaalt ook vaak de mogelijkheden die we hebben in het dagelijkse leven: of we een lening of verzekering krijgen, of we aangenomen worden voor een job, of we onderdeel worden van een onderzoek door de politie of veiligheidsdienst.

Privacy bepaalt onze sociale interactie

Sociale interacties zijn voor een groot deel gebaseerd op privacy. Iemands reputatie beïnvloedt de kansen, relaties en vriendschappen die men heeft. Van nature creëert men grenzen in omgang met anderen en hanteert men andere omgangsvormen en gebruiken afhankelijk van de omgeving waarin men zich bevindt. Privacy helpt ons deze grenzen te hebben. Inbreuken op deze grenzen leiden tot ongemakkelijke sociale situaties en kunnen onze onderlinge relaties beschadigen. Iedereen heeft de behoefte aan persoonlijke ruimte, zowel fysiek als mentaal. Een omgeving waar men vrij is van de blik van anderen om zich te ontspannen en op zijn gemak te voelen.

Vrijheid van denken en spreken

Onze vrijheid om andere meningen of ideeën te onderzoeken of ervaren hangt voor een groot deel samen met privacy. Wanneer men ervaart dat alles in de gaten gehouden of beoordeeld wordt, is er druk om binnen de gevestigde paden te blijven. De mogelijkheid om kritiek te uiten zonder dit noodzakelijk met de hele wereld te delen is essentieel in de ontwikkeling van nieuwe denkwijzen en innovaties. Dit argument gaat ook op met betrekking tot politiek: één van de redenen waarom men in een afgesloten stemhok kan stemmen is omdat men zo volledig vrij is te stemmen op wie men wil en niet onderhevig is aan druk van de omgeving.

Zo hangt privacy ook samen met persoonlijke ontwikkeling: niet iedereen maakt op alle momenten in zijn leven de juiste keuzes. Het feit dat deze keuzes privé kunnen blijven staat ons toe deze keuzes bij te sturen of onze mening aan te passen. Privacy geeft ons de mogelijkheid tot ontwikkeling en groei zonder noodzakelijk geconfronteerd te worden met keuzes uit het verleden.

Kortom, privacy staat ons toe te controleren wie, wanneer, over welke informatie over ons kan beschikken. Dat is namelijk een keuze die bij de betrokkenen hoort te liggen, niet bij een derde.

 

Voor deze post is artikel “10 reasons why privacy matters” als bron gebruikt